1. Wat is leasen?Leasen is in principe een vorm van huren. Gedurende een bepaalde periode betaalt u een vast bedrag per maand aan uw leasemaatschappij. In ruil daarvoor mag u gedurende de looptijd van het contract gebruik maken van de auto die u leaset. Binnen het lease zijn er diverse leasevormen te onderscheiden. De meest voorkomende leasevormen zijn operational lease, financial lease en shortlease.
De meest voorkomende leasevormen zijn operational lease, financial lease en shortlease. Elke leasevorm heeft haar eigen kenmerken.
Direct naar toelichting op operational lease
Direct naar toelichting op financial lease
Direct naar toelichting op shortlease
Tevens wordt tegenwoordig ook steeds vaker gesproken over ‘groen leasen’. Groen lease is veelal een variant op operational lease.
Direct naar toelichting op groen lease
Operational lease is in wezen een vorm van huur van de auto. U als afnemer (lessee) sluit een contract af voor een bepaalde looptijd met de leasemaatschappij (lessor). U als afnemer wordt geen eigenaar van de auto, maar mag deze gebruiken gedurende de contractperiode. Normaliter is onderdeel van operational dat het volledig onderhoud, verzekering en motorrijtuigenbelasting onderdeel is van de maandelijkse leaseprijs. U als klant van de leasemaatschappij betaalt gedurende de looptijd een vast maandelijks bedrag voor zowel het gebruik van de auto als de bijkomende componenten. Alleen de brandstof dient u nog separaat te betalen. Deze vorm van operational lease wordt in de regel full operational lease genoemd.
Een variant op deze vorm is netto operational lease. Het onderhoud wordt dan niet in de leaseprijs meegenomen, aangezien dit geen onderdeel van het leasecontract is. U dient dan zelf het onderhoud te organiseren.
Aan het einde van de contractperiode levert u normaliter de auto in bij de leasemaatschappij en kunt u een nieuwe auto gaan lease. Wel is er vaak de mogelijkheid om in overleg de auto na de contractperiode over te nemen. Dit wordt normaliter niet vooraf in het contract vastgelegd.
Voordelen van operational lease zijn dat u van te voren weet welke kosten u maakt gedurende de looptijd van het contract. U komt in principe niet voor verrassingen te staan. Alle kosten, exclusief brandstof zijn gedekt in de leaseprijs. Wel dient u rekening te houden met mogelijke bepalingen in het contract, zoals eigen risico bij schades, extra kosten per meer gereden kilometer et cetera. Meer hierover leest u in het vergelijken van leasecontracten.
Fiscaal bent u bij operational lease niet aan te merken als eigenaar van de auto. U krijgt dan ook geen investeringsaftrek en u mag niet afschrijven op de auto. Uiteraard kunt u wel de betaalde lease-termijnen aftrekken van uw resultaat.
Operational lease offerte aanvragen
Financial lease is in feite een soort van zakelijke financiering. U als afnemer (lessee) sluit een contract af met de leasemaatschappij (lessor) voor het financieren van een auto. Dit kan zowel voor een nieuwe als een gebruikte auto. U wordt tevens juridisch eigenaar van de auto.
In tegenstelling tot operational lease betaalt u in de leaseprijs alleen voor het financieren van de auto. Standaard worden de overige componenten als onderhoud, verzekering en wegenbelasting niet meegenomen. Aangezien financial lease een vorm van financieren is zijn in de bepaling van de maandelijkse termijn een aantal elementen van belang:
U betaalt gedurende de overeengekomen looptijd van het contract rente over de aanschafprijs (exclusief BTW) -/- de aanbetaling. Aflossing betaalt u alleen over het te financieren bedrag -/- de slottermijn.
Financial lease biedt u tevens de mogelijkheid om af te schrijven op de auto (mogelijk zelfs willekeurig afschrijven) en u kunt de investeringsaftrek claimen.
Overigens houdt financial lease niet per definitie in dat de kosten van het onderhoud niet in de leasetermijn zijn meegenomen. Is het onderhoud wel bij de leasetermijn inbegrepen, dan is er sprake van zogenaamde 'financial service leasing'.
Financial lease offerte aanvragen
Een shortlease overeenkomst bevindt zich tussen een huurovereenkomst en een leasecontract en combineert hiermee het gunstige prijsniveau van een leasecontract met de vrijblijvendheid in looptijd van een huurovereenkomst. Met shortlease huurt u voor een korte periode een auto. U betaalt een afgesproken maandbedrag inclusief een bepaald aantal vrije kilometers. Zo krijgt u de flexibiliteit van een huurauto maar wel met alle faciliteiten van een leaseauto.
De shortlease maandtarieven liggen gemiddeld iets hoger dan van het traditionele leasecontract. Bij een leasecontract tekent u echter voor periode van 3 tot 5 jaar, wat gunstig is voor de maandelijkse lasten, maar u ook beperkt in uw flexibiliteit van uw wagenpark. U kunt immers niet zomaar afscheid nemen van een leaseauto zonder hier zwaar voor in de buidel te moeten tasten. Een huurauto verschaft u de vrijheid om de auto in te leveren wanneer u dat wenst. Echter de maandlasten kunnen hierdoor behoorlijk oplopen als u voor een langere periode huurt.
Shortlease offerte aanvragen
Groen lease is een variant op de meest voorkomende leasevarianten. In principe lease je met groen lease alleen auto’s die een ‘groen energielabel’ hebben en daarbij ook lage CO2 uitstoten kennen.
Voor groene auto’s die het meeste zuinig en milieuvriendelijk zijn bestaan fiscale voordelen zoals een lagere bijtelling.
Bij Groen Leasen kunt u kiezen uit een combinatie van de onderstaande mogelijkheden:
Zuinige auto's: energielabel A, B of C
Schone auto's: hybride, met roetfilter of op alternatieve brandstof
Groen lease offerte aanvragen
Naast dat Groen Leasen goed is voor het milieu is het ook zeker goed voor uw portemonnee. Naast het lagere verbruik heeft dit te maken met de gunstige bijtelling op schone auto's. Wie met de auto van de zaak meer dan 500 privé-kilometers maakt moet nog steeds bijtelling betalen maar deze wordt lager voor een bepaalde categorie auto's.
Het standaard bijtellingspercentage is 25 procent van de consumentenprijs van de auto. Er is echter ook een lager bijtellingspercentage van 14% en van 20%. Om voor het 14% percentage in aanmerking te komen mag een auto met dieselmotor niet meer dan 95 gram CO2 gram per kilometer uitstoten en een auto met een ander soort motor (benzine, LPG aardgas) niet meer dan 110 gram CO2 per kilometer.
De vraag of u uw zakelijk auto beter kan kopen of leasen hangt sterk af van uw situatie. Voor de afweging van aankoop met eigen middelen, financial lease of operational lease kunt u gebruik maken van de volgende 'vuistregels'.
Voor operational lease pleiten de volgende argumenten:
Voor financial lease pleiten:
Voor aanschaf met eigen middelen pleiten:
Afhankelijk van het gewicht dat u aan de diverse argumenten toekent, zal de balans in het voordeel van één van de drie mogelijkheden doorslaan.
Equipment lease omvat financiële of operationele lease van roerende goederen, zoals machines, heftrucks en dergelijke. De leasenemer, ook wel lessee genoemd, verkrijgt de financiering voor het gewenste object rechtstreeks bij de leasegever, ook wel lessor genoemd.
Financiële lease ofwel on-balance lease is een leasevorm waarbij de lessee het object op zijn balans mag activeren en afschrijven. Bij deze leasevorm kan de lessee maximaal 100% financieren zonder de bestaande banklijnen aan te tasten. Na betaling van alle termijnen zal de lessee het juridisch eigendom van het object verkrijgen.
Bij operationele lease ofwel off-balance lease - dat is elke andere vorm van leasing dan financiële lease - wordt het object niet afgeschreven in de balans. De huurtermijnen worden rechtstreeks als kosten geboekt in de resultatenrekening. Na betaling van alle termijnen zal de lessee het juridisch eigendom van het object kunnen verkrijgen middels een koopoptie.
Equipment lease offerte aanvragen
Rijdt u in een auto van uw onderneming? En gebruikt u deze auto ook privé? Dan moet u voor dat privégebruik een bedrag bij de winst tellen. Alleen als u kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt, hoeft u niets bij te tellen. De bijtelling is maximaal 25% van de waarde van de auto.
Als de werknemer de auto zelf koopt maar alle autokosten (onderhoud, brandstof, verzekering, financieringslasten e.d.) door de werkgever worden vergoed, is er ook sprake van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto. Ook dan krijgt de werknemer een bijtelling voor het privé-gebruik van de auto.
Ondernemers krijgen ook een bijtelling voor het privé-gebruik van de auto als de auto tot het vermogen van de onderneming behoort. In beginsel komen alle autokosten ten laste van de winst. Gebruikt de ondernemer de auto echter ook voor het rijden van privé-kilometers, dan wordt de aftrek van de kosten deels gecorrigeerd door de bijtelling tot de winst te rekenen.
De bijtelling geldt voor personenauto's en bestelauto's met uitzondering van de bestelauto die door aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. Ook voor vrachtauto's en motorfietsen kan de werknemer een bijtelling krijgen. De bijtelling is dan echter geen vast percentage.
Als u werkgever bent in de autobranche, dan kan het zijn dat uw werknemers auto's wisselend gebruiken. Hierdoor kan het moeilijk zijn om de grondslag voor de bijtelling privégebruik vast te stellen.
De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde van de auto. Het percentage is afhankelijk van het aantal gereden privé-kilometers.
Tabel percentage bijtelling
| Privé-gebruik per jaar meer dan | Maar niet meer dan | Bijtelling in percentage van de cataloguswaarde |
| 0 km | 500 km | 0% |
| 500 km | 20.000 km | Maximaal 25% |
Voor zuinige auto's geldt een bijtelling van minimaal 20%. Een auto is zuinig als de CO2-uitstoot van de auto:
Voor zeer zuinige auto's geldt een bijtelling van minimaal 14%. Een auto is zeer zuinig als de CO2-uitstoot van de auto:
Sinds 2010 is de bijtelling minimaal 0% voor auto's met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer, de zogenoemde nulemissie-auto's.
De term 'minimaal' wil zeggen dat de bijtelling hoger kan zijn als de werkelijke waarde van het privégebruik hoger is.
Voor auto's die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, is de bijtelling minimaal 35% van de waarde van de auto in het economische verkeer. Bij deze oude auto's is de catalogusprijs niet van belang.
De bijtelling wordt tot het inkomen gerekend. De werknemer betaalt over de bijtelling inkomstenbelasting. Voor vrachtauto's en motorfietsen is de bijtelling geen percentage van de cataloguswaarde. Het privé-gebruik van deze vervoermiddelen wordt gesteld op de werkelijke kosten per kilometer, vermenigvuldigd met het aantal privé-kilometers.
Voorbeeld
Bernice heeft in 2010 voor de auto van de zaak een kilometeradministratie bijgehouden. In totaal heeft zij 30.000 km verreden, waarvan 3.000 km voor privé-doeleinden.
De auto heeft een cataloguswaarde van € 35.000. Bernice dient een bedrag van € 7.700 (25% x € 35.000) als inkomen in box 1 aan te geven in haar aangifte inkomstenbelasting 2010.
De cataloguswaarde van de auto is bepalend voor de bijtelling. Voor een personenauto is de cataloguswaarde de nieuwprijs van de auto inclusief BPM en BTW. Ook voor bestelauto's die tenaam zijn gesteld op of na 1 juli 2005, geldt de nieuwprijs inclusief BPM en BTW. Uitsluitend voor bestelauto's die vóór 1 juli 2005 te naam zijn gesteld geldt de nieuwprijs inclusief BTW (exclusief BPM).
Accessoires worden gerekend tot de nieuwprijs als de accessoires op de prijslijst van de fabrikant of importeur voorkomen en de accessoires zijn ingebouwd vóór de voltooiing van de kentekenregistratieprocedure.
Voor de bijtelling van oldtimers is de werkelijke waarde van de auto van belang en niet de cataloguswaarde. Oldtimers zijn auto's van 15 jaar of ouder. Voor het bepalen van het 15-jaarstermijn wordt uitgegaan van de dag waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen. De werkelijke waarde is de meest gunstige prijs die een willekeurige derde bereid is voor de auto te betalen. Veilingprijzen van de auto's kunnen een indicatie geven, maar ook de verzekerde waarde van de auto.
Op het moment dat een auto 15 jaar oud is kan er een waardesprong of juist een waardedaling plaatsvinden ten opzichte van de cataloguswaarde. Is de auto van 15 jaar oud een auto vol roestplekken en deuken, dan zal de werkelijke waarde naar verwachting lager zijn dan de cataloguswaarde. Is er sprake van een bijzondere, gerestaureerde oldtimer, dan zal de werkelijke waarde waarschijnlijk veel hoger liggen dan de cataloguswaarde.
Voorbeeld
Eriks auto van de zaak heeft een oorspronkelijke cataloguswaarde van € 45.000 en is 15 jaar oud. Op de veiling zou deze auto een verkoopprijs kunnen opleveren van € 9.000. Als die auto het gehele jaar 2010 ter beschikking staat van Erik, bedraagt - ervan uitgaande dat het privé-gebruik meer is dan 500 kilometer - de bijtelling € 11.250 (25% van € 45.000).
De hoogte van het bijtellingspercentage is afhankelijk van het aantal verreden privé-kilometers. Voor toepassing van deze tabel dienen de verreden privé-kilometers eerst te worden herrekend naar een jaarkilometrage, als niet het gehele jaar met een auto van de zaak is gereden. Vervolgens kan aan de hand van de jaarkilometrage in de tabel worden afgelezen welk percentage van toepassing is.
Voorbeeld
Wim heeft alleen in de maand januari een auto van de zaak en heeft daarmee in totaal 300 privé-kilometers gereden. Na herrekening bedraagt het jaarkilometrage 3.600 privé-kilometers (12 * 300 kilometer). Voor Wim is dus het bijtellingspercentage van 25% van toepassing. Vervolgens wordt de bijtelling naar tijdsgelang toegepast. De bijtelling hoeft immers alleen te worden opgegeven over de maanden waarin met de auto van de zaak is gereden. Als de auto van de zaak een cataloguswaarde heeft van € 30.000 wordt de bijtelling van die werknemer in dat jaar € 625 (1/12 * 25% * € 30.000). Wim heeft immers slechts één maand van dat jaar de beschikking over een auto van de zaak gehad.
Voorbeeld
Bert-Jan rijdt in de maanden januari tot en met maart in een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 15.000. Gedurende die maanden heeft hij 400 privé-kilometers gereden. Vanaf april tot en met december heeft hij mede als gevolg van een promotie een auto ter beschikking gesteld gekregen met een waarde van € 24.500. Met deze laatste auto heeft Bert-Jan in 2010 totaal 5.000 km privé verreden.
In totaal heeft Bert-Jan in 2010 5.400 privé-kilometers gemaakt. Aangezien dit meer is dan 500 km, krijgt Bert-Jan een percentage van 25% bijgeteld. In 2011 wordt de bijtelling dan:
| 25% x € 15.000 x 3/12 = | € 937,50 |
| 25% x € 24.500 x 9/12 = | € 4.593,75 |
| Totaal: | € 5.531,25 |
Accessoires tellen mee voor de bijtelling als het accessoire in de prijslijst van de importeur of fabrikant voorkomt én het accessoire is ingebouwd vóór de dag waarop de kentekenregistratieprocedure is voltooid.
Een autoalarm bijvoorbeeld, dat niet affabriek leverbaar is maar wel voor afgifte van het kentekenbewijs is gemonteerd, telt niet mee voor de bijtelling. Maar een navigatiesysteem dat affabriek leverbaar is en voor afgifte van het kentekenbewijs wordt ingebouwd, telt wel mee voor de bijtelling.
De bijtelling over een accessoire is te voorkomen door de accessoires te laten monteren na afgifte van het kenteken. Dit is alleen van belang bij accessoires die affabriek leverbaar zijn (dus in de prijslijst van de fabriek of importeur voorkomen), omdat ze anders sowieso niet meetellen voor de bijtelling.
Afhankelijk van het type auto en de wijze van inrichting krijgen auto's een zogenaamd 'grijs kenteken'. Heeft een auto een grijs kenteken, dan spreekt men voor de heffing van belastingen over een bestelauto. Ook voor auto's met een grijs kenteken gelden in principe de normale regels voor de bijtelling. Hiervan zijn uitgezonderd de bestelauto's die (vrijwel) uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer.
Vóór het jaar 2004 was het van belang om onderscheid te maken tussen verschillende soorten bestelauto's (bijvoorbeeld bestelauto's met of zonder dubbel cabine). Dit onderscheid is vanaf 2004 dus - slechts op bovengenoemde uitzondering na - vervallen.
Of een bestelauto uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer is van belang voor de bijtelling. Rijdt een werknemer in een dergelijke bestelauto dan is de bijtelling 0%. De bestelauto's die hier aan voldoen, hebben uitsluitend een stoel voor de chauffeur zelf. Er is dus geen passagierstoel aanwezig en geen achterbank om passagiers mee te nemen.
Het weghalen van de passagierstoel alleen is niet voldoende om de bestelauto te kunnen aanmerken als een bestelauto die uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. De bevestigingspunten van die stoel zouden ook verwijderd of dichtgelast moeten worden.
Een voorbeeld van een bestelauto die voor een 0% bijtelling in aanmerking komt is de serviceauto, waarin naast de bestuurder alleen plaats is voor gereedschappen en reserve-onderdelen. Gebruikt de werknemer deze service-auto toch voor ritten met een privékarakter, dan krijgt de bestuurder een bijtelling op basis van het werkelijke gebruik. Dit gebruik wordt berekend door de verreden privékilometers te vermenigvuldigen met de werkelijke kostprijs per kilometer van die bestelauto.
De bestuurder hoeft in deze situatie geen kilometeradministratie bij te houden. Door het (vrijwel) uitsluitend geschikt zijn van de bestelauto voor goederenvervoer wordt er vanuit gegaan dat de bestelauto in de praktijk niet voor privé-doeleinden wordt gebruikt.
Niet alleen een werknemer krijgt een bijtelling voor de auto van de zaak maar ook een zelfstandig ondernemer. Bij een zelfstandig ondernemer kunt u denken aan een ondernemer met een eenmanszaak, een maat/firmant van een maatschap of van een vennootschap onder firma. De ondernemer krijgt alleen een bijtelling als de auto behoort tot het ondernemingsvermogen en de auto wordt gebruikt voor het rijden van privékilometers.
In plaats van een bijtelling bij het inkomen krijgt een ondernemer een correctie op de winst. In eerste instantie worden alle autokosten afgetrokken van de winst. Vervolgens wordt de winst verhoogd met de bijtelling. Voor de hoogte van de bijtelling zijn dezelfde regels van toepassing als voor de werknemer. Onder bepaalde omstandigheden wordt echter afgeweken van het bijtellingspercentage. Dit doet zich voor als de autokosten van de ondernemer lager zijn dan de bijtelling.
Een ondernemer krijgt een bijtelling voor het privé-gebruik van de auto van de zaak, maar deze bijtelling bedraagt maximaal het bedrag aan autokosten.
Voorbeeld
Stel dat de auto van de zaak een cataloguswaarde heeft van € 30.000. Ondernemer John rijdt in een jaar 12.000 kilometers privé met die auto. In dat jaar is in totaal een bedrag van € 5.000 aan autokosten ten laste van de winst gebracht. Aangezien de ondernemer meer dan 500 privé-kilometers heeft gemaakt, bedraagt de bijtelling volgens de tabel € 7.500. In totaal is er slechts een bedrag van € 5.000 aan autokosten zoals benzine, onderhoud, verzekeringen e.d. ten laste van de winst gebracht.
Aangezien de autokosten lager zijn dan de forfaitaire bijtelling blijft de bijtelling voor John beperkt tot een bedrag van € 5.000 (in plaats van € 7.500).
Bij aanschaf van een bedrijfswagen in de onderneming dient de auto voor de aanschafprijs op de balans opgenomen te worden. Deze aanschafprijs is normaliter exclusief BTW, omdat deze BTW teruggevraagd kan worden. Dit geldt ook voor ondernemers die de BPM bij de aanschaf van een bedrijfswagen kunnen terugvragen. BPM behoort uitsluitend tot de te activeren kostprijs als deze niet kan worden teruggevraagd.
De investeringsaftrek is een extra aftrekpost en wordt daarom niet in mindering gebracht op deze aanschafprijs. Vervolgens moet een inschatting worden gemaakt van de vermoedelijke gebruiksduur en de restwaarde. De gebruiksduur zal sterk afhangen van het soort onderneming en de vraag hoe intensief de auto wordt gebruikt. Voor een koeriersbedrijf zal dat anders liggen dan voor een 'doorsnee ondernemer'.
Het verschil tussen de aanschafprijs en de restwaarde wordt vervolgens in gelijke delen verdeeld over de gebruiksduur.
Het versnellen van de afschrijving door op basis van een vast percentage van de boekwaarde af te schrijven is slechts in uitzonderingssituaties toegestaan. Wel bestaan er afwijkende afschrijvingsstelsels voor bepaalde bedrijfsmiddelen of groepen ondernemers.
Voorbeeld
Jan schaft in 2011 een bedrijfswagen aan met een aanschafwaarde van € 25.000 exclusief BTW. De restwaarde wordt geschat op € 2.500 na afloop van de gebruiksduur van 4 jaar.
De afschrijving per jaar bedraagt dan:
Aanschafprijs 25.000
Restwaarde 2.500
Totale afschrijving 22.500
Afschrijving per jaar 5.625
De overige investeringen bedragen dit jaar € 125.000. Het percentage investeringsaftrek bedraagt dan 11%. Op deze bedrijfswagen krijgt hij dus een investeringsaftrek van € 2.750.
Net als een bedrijfswagen dient de personenauto bij aanschaf op de balans te worden opgenomen voor de aanschafprijs. Als de BTW afgetrokken kan worden, wordt de auto exclusief BTW op de balans opgenomen. De BPM behoort wel tot de te activeren kostprijs.
De eventuele investeringsaftrek komt niet in mindering op de af te schrijven aanschafprijs. Bij personenauto's is investeringsaftrek overigens een uitzondering. Vervolgens moet een inschatting worden gemaakt van de vermoedelijke gebruiksduur en de restwaarde. De gebruiksduur zal sterk afhangen van het soort onderneming en de vraag hoe intensief de auto gebruikt wordt.
Het verschil tussen de aanschafprijs en de restwaarde wordt vervolgens in gelijke delen verdeeld over de gebruiksduur. Afwijkende afschrijvingssystemen door bijzondere regelingen doen zich bij personenauto's vrijwel nooit voor. Alleen bij startende taxibedrijven zou dit aan de orde kunnen zijn.
De afschrijving is door dit systeem in alle jaren even hoog. Omdat dit niet altijd ook de bedrijfseconomische realiteit weergeeft, maken sommige bedrijven verschil tussen hun bedrijfseconomische afschrijving (afnemend percentage) en fiscale afschrijving (vast percentage).
Willekeurig afschrijven betekent dat u naast de gewone afschrijving zelf bepaalt hoe en wanneer u een bedrijfsmiddel afschrijft. De boekwaarde van het bedrijfsmiddel mag niet lager worden dan de restwaarde. Willekeurige afschrijving geldt voor bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals milieubedrijfsmiddelen.
Tijdelijke maatregel voor investeringen in bedrijfsmiddelen
Vanaf 2009 geldt er vanwege de economische crisis een tijdelijke maatregel voor willekeurige afschrijving. Investeert u in nieuwe bedrijfsmiddelen? Dan mag u deze bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven.
Startende ondernemer
Bent u een startende ondernemer? Dan bepaalt u hoe en wanneer u bedrijfsmiddelen afschrijft die u in de startfase van uw onderneming hebt gekocht. U moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:
Voldoet u aan de bovenstaande voorwaarden? Dan gelden voor u de volgende regels:
aan de volgende voorwaarden voldoen:
Investeringen in bedrijfsmiddelen zijn gebonden aan een maximum om in aanmerking te komen voor willekeurige afschrijving. Zijn uw totale investeringen hoger dan dat maximum? Dan mag u zelf kiezen op welke bedrijfsmiddelen u willekeurig afschrijft.
Let op!
Soms moet u de boekwaarde aanpassen van het bedrijfsmiddel waarop u willekeurig hebt afgeschreven. Dit moet als binnen 5 jaar (10 jaar voor zeeschepen) na het begin van het jaar waarin u de investering doet, zich 1 van de volgende situaties voordoet:
Op de winst die u met het bedrijfsmiddel maakt, is een regeling van toepassing ter voorkoming van dubbele belasting (door Nederland en een ander land).
In deze gevallen moet u de boekwaarde van het bedrijfsmiddel bepalen op basis van de waarde die het gehad zou hebben als u niet willekeurig had afgeschreven. Het verschil tussen de oude en nieuwe boekwaarde is winst. Zie de voorbeelden hierna.
Voorbeeld 1
Startend ondernemer Peter kocht op 1 juli 2007 een vrachtwagen voor € 150.000. Peter schreef willekeurig af: over 2007 € 60.000 en over 2008 € 80.000. De boekwaarde op 31 december 2008 was € 10.000.
Bij normale afschrijving (stel 7 jaar, restwaarde € 10.000) zou de boekwaarde € 120.000 zijn.
Sinds 1 januari 2009 verhuurde Peter de vrachtwagen. Daardoor voldoet hij niet meer aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving.
De termijn van 5 jaar waarbinnen u de willekeurige afschrijving weer bij de winst moet tellen, start op 1 januari 2007 (het begin van het jaar waarin Peter investeerde).
Gevolg: Peter moest in 2009 de vrachtwagen opwaarderen van € 10.000 naar € 120.000. Hierbij komt een boekwinst naar voren van € 110.000. Over 2009 kan hij nog wel een normale afschrijving toepassen van € 20.000.
Voorbeeld 2
Startend ondernemer Jan kocht op 1 juli 2004 een vrachtwagen voor € 150.000. Jan schreef willekeurig af: over 2004 € 60.000 en over 2005 € 80.000. De boekwaarde op 31 december 2008 was € 10.000. Bij normale afschrijving (stel 7 jaar, restwaarde € 10.000) zou de boekwaarde op 31 december 2008 € 60.000 zijn.
Sinds 1 januari 2009 verhuurde Jan de vrachtwagen. Daardoor voldoet hij niet meer aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving.
De termijn van 5 jaar waarbinnen u de willekeurige afschrijving weer bij de winst moet tellen, start op 1 januari 2004 (het begin van het jaar waarin Jan investeerde).
Gevolg: op 1 januari 2009 was de termijn van 5 jaar verstreken. Jan hoeft de boekwaarde van de vrachtauto niet op te waarderen.
Willekeurige afschrijving geldt voor twee categorieën:
In sommige gevallen mag u als startende ondernemer afwijken van de normale manier van afschrijven. U mag dan willekeurig afschrijven. Dat wil zeggen dat u zelf mag bepalen wanneer u de totale afschrijvingskosten aftrekt. Een voordeel van willekeurig afschrijven op de korte termijn is dat u door veel af te schrijven minder winst hebt (of zelfs verlies lijdt). U betaalt dan dus minder belasting of u krijgt zelfs belasting terug.
Let op!Als u veel afschrijft, bereikt uw bedrijfsmiddel eerder zijn restwaarde en kunt u er daarna niets meer op afschrijven. Hierdoor wordt uw winst in latere jaren hoger en betaalt u dan meer belasting. U moet dus zelf bepalen wat voor u het gunstigste is: veel afschrijven of afschrijven volgens de meest gebruikte methode.
Willekeurig afschrijven kan alleen als u aan de volgende 2 voorwaarden voldoet:
Daarnaast gelden voor het afschrijven ook nog de volgende regels:
Als u in 2011 een bedrag tussen € 2.200 en € 301.800 investeert in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming, dan kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. De bedrijfsmiddelen waarin u investeert, moeten dan wel in aanmerking komen voor investeringsaftrek.
Vanaf 2010 komen zeer zuinige personenauto's in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Een personenauto is zeer zuinig als de CO2-uitstoot niet meer dan 95 gram per kilometer is bij dieselmotoren of niet meer dan 110 gram per kilometer bij andere personenauto's. Ook elektrische auto's met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer vallen hieronder.
Hoe hoog de investeringsaftrek is, hangt af van uw totale investeringen in een jaar.
Tabel: Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in 2010
| Investering | Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek |
| Niet meer dan € 2.200 | 0% |
| € 2.201 t/m € 54.324 | 28% van het investeringsbedrag |
| € 54.325 t/m € 100.600 | € 15.211 |
| € 100.601 t/m € 301.800 | € 15.211 verminderd met 7,56% van het deel van het investeringsbedrag dat hoger is dan € 100.000 |
| Meer dan € 301.800 | € 0 |
Voor de automotive zijn de belangrijkste uitzonderingen:
Naast de kleinschaligheidsaftrek kan ook de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek van toepassing zijn.
Het doel van de energie-investeringsaftrek (EIA) is het stimuleren van investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen of in duurzame energie.
Als het leasecontract kan worden aangemerkt als financial lease wordt u als lessee door de fiscus gezien als eigenaar van de auto. De auto wordt daarbij op de balans geactiveerd. De bijbehorende schuld (de contante waarde van alle leasetermijnen) wordt op de passiva-zijde van de balans opgenomen. Vervolgens kunt u jaarlijks op de auto afschrijven. Ook de rente in de periodieke leasetermijnen is aftrekbaar.
Op het moment van het aangaan van de verplichtingen is ook investeringsaftrek mogelijk, mits het om een auto met grijs kenteken of een auto voor het beroepsvervoer gaat.
Bij operational lease heeft u geen recht op investeringsaftrek. Uiteraard kunt u de leasetermijnen wel aftrekken van het resultaat van de onderneming.
Door de afschrijving op een auto neemt de boekwaarde van de auto af. De boekwaarde is het bedrag waarvoor de auto nog op de balans van de onderneming staat. Als de auto vervolgens verkocht wordt voor een hoger bedrag dan deze boekwaarde is er sprake van boekwinst. Een andere situatie is dat de geplande looptijd niet wordt vol gemaakt en dat de auto eerder wordt afgestoten. Doordat de fiscale afschrijving vaak niet parallel loopt aan het werkelijke waardeverloop, kan ook dan boekwinst ontstaan.
Anderzijds kan er ook sprake zijn van een boekverlies. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een te hoog ingeschatte restwaarde. Dit verlies is dan alsnog aftrekbaar op het moment waarop dit verlies geleden wordt.
Voorbeeld
Schildersbedrijf De Wit heeft begin 2005 een bestelauto aangeschaft voor € 25.000. Zij gaat deze gedurende de komende 4 jaar gebruiken. De restwaarde is gesteld op € 5.000. De jaarlijkse fiscale afschrijving is dan € 5.000.
Het fiscale en het werkelijke waardeverloop zien er als volgt uit
| Fiscaal | Werkelijk | |
| Aanschaf | 25.000 | 25.000 |
| Waarde eind 2005 | 20.000 | 18.000 |
| Waarde eind 2006 | 15.000 | 15.000 |
| Waarde eind 2007 | 10.000 | 12.000 |
| Waarde eind 2008 | 5.000 | 6.000 |
Als de auto eind 2005 verkocht zou worden is er geen boekwinst, maar juist sprake van een extra aftrek van € 2.000. Ook wanneer de auto eind 2006 verkocht wordt is er geen boekwinst. Bij verkoop eind 2007 bedraagt de boekwinst € 2.000 en eind 2008 € 1.000.
De boekwinst wordt in de eerste plaats belast op het moment dat deze wordt gerealiseerd door verkoop van de auto. Maar ook zonder 'echte' verkoop kan er sprake zijn van belaste boekwinst.
Dat is bijvoorbeeld het geval als de auto wordt overgedragen vanuit de onderneming naar het privé-vermogen. Bij een B.V. is dat in wezen ook gewoon een verkoop. Bij een eenmanszaak ligt dat moeilijker. Herziening van de keuze voor ondernemings- of privé-vermogen is dan alleen toegestaan bij ingrijpend gewijzigde omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat de auto voortaan alleen nog maar privé gebruikt zal worden. Ook als een eenmanszaak beëindigd wordt, worden de boekwinsten die op dat moment aanwezig zijn, belast.
Het is toegestaan de boekwinst die u behaalt bij de verkoop van de ene auto als eerste afschrijving af te boeken op de boekwaarde van een nieuwe auto. Dit voorkomt afrekenen met de fiscus over de boekwinst.
In fiscaal jargon heet dit de toepassing van de herinvesteringsreserve (vóór 2001 bekend onder de oude naam vervangingsreserve). De termijn voor het afboeken van de boekwinst op de nieuwe investeringen is ruim drie jaar: de vervangende investeringen moeten namelijk gedaan zijn in het jaar waarin de oude auto is verkocht of in de drie daarop volgende jaren.
Bij auto's met grijs kenteken hoeft deze afboeking van de boekwinst overigens geen gevolgen te hebben voor de investeringsaftrek: deze mag gewoon berekend worden over de normale aanschafprijs. Voorwaarde is wel dat u er mee instemt dat de desinvesteringsbijtelling ook wordt berekend over de daadwerkelijke verkoop prijs in plaats van over de boekwaarde. Overigens hoeft deze regeling niet altijd voordelig te zijn, omdat bij een hoger investeringsbedrag een lager percentage investeringsaftrek kan gelden.
Voorbeeld
Hans heeft zijn gebruikte personenauto ingeruild voor een nieuwe auto. Hij heeft een hogere inruilprijs gekregen dan hij aan restwaarde had ingeschat. Deze boekwinst bedraagt € 2.500. Hans zit met zijn bedrijfswinst in de 52%-schijf van de inkomstenbelasting. Direct afrekenen over de boekwinst kost dus € 1.300.
Het alternatief is afboeking op de nieuwe auto. Hierdoor wordt de afschrijving over de rest van de looptijd van 4 jaar in totaal € 2.500 lager. Er is dus sprake van een rentevoordeel. Bij een rekenrente van 6% per jaar bedraagt dit voordeel € 106.
Allereerst wordt beoordeeld of het leasecontract voor de BTW een (eenmalige) levering is of een (terugkerende) dienst. Over een levering is bij aanvang van het contract BTW verschuldigd over het totaal van de leasetermijnen en de eventuele optieprijs, verminderd met dat deel van de leasetermijn dat de vergoeding is voor de kredietverstrekking (dat is dus de rente). In vrijwel alle gevallen is bij financial lease sprake van een levering.
Voordeel van het aanmerken als levering is dat u meteen ook al de BTW terugkrijgt over het hele contract. Dit BTW-bedrag kan vaak worden gebruikt als eerste aanbetaling.
De andere variant is een dienst. Dit is vrijwel altijd het geval bij operationele leasing. De afzonderlijke leasetermijnen zijn dan belast met BTW.
De fiscus keurt goed dat de BPM en de MRB bij de berekening van de BTW buiten beschouwing blijven, zodat u geen 'belasting over belasting' betaalt.
Voorwaarde is wel dat de BPM en MRB afzonderlijk aan u worden doorberekend.
Voor het antwoord op deze vraag moet gekeken worden naar het soort werkzaamheden dat deze ondernemer zelf verricht. Brengt hij zelf aan zijn klanten BTW in rekening, dan is normaliter ook de BTW op de investeringen en andere bedrijfskosten aftrekbaar.
Als de ondernemer aan zijn klanten geen BTW in rekening brengt omdat hij onder een vrijstelling valt, dan kan hij de door zijn leveranciers berekende BTW zelf ook niet aftrekken. Lastiger wordt het als de ondernemer zowel belaste als vrijgestelde activiteiten heeft. Als een auto dan heel specifiek alleen voor belaste activiteiten wordt gebruikt, is de BTW aftrekbaar. Wordt de auto alleen voor vrijgestelde activiteiten gebruikt, dan is het niet mogelijk de BTW af te trekken. Bij gemengd gebruik kan de BTW naar rato van de omzet van beide soorten werkzaamheden worden afgetrokken.
Voorbeelden van BTW-vrijgestelde werkgebieden zijn: medische beroepen, zorginstellingen, uitvaartondernemingen, kredietbemiddeling, (bemiddelen bij) het afsluiten van verzekeringen, liefdadigheidsinstellingen en sociale instellingen.
Voorbeeld
Administratie- en assurantiekantoor De Vries B.V. verricht - de naam zegt het al - zowel administratieve dienstverlening als bemiddeling bij verzekeringsovereenkomsten. De bemiddelingsdiensten voor verzekeringen zijn vrijgesteld van BTW. De BTW op de kosten van de bedrijfsauto's bedraagt in 2005 € 15.000.
De auto's worden niet specifiek voor één van beide soorten werkzaamheden gebruikt. De omzet van de administratieve tak bedraagt € 1.000.000, die van de verzekeringstak € 800.000. De BTW op de autokosten is dan aftrekbaar voor 1.000.000 / (1.000.000 + 800.000) gedeelte. De aftrekbare BTW bedraagt dus € 8.333.
Bij een operational-leasecontract is de leasetermijn opgebouwd uit verschillende componenten. Sommige daarvan zijn niet met BTW belast als ze afzonderlijk worden doorberekend. Dat geldt bijvoorbeeld voor de BPM.
Voorwaarde is wel dat het dan gaat om contracten met een looptijd van minimaal één jaar (of short-leasecontracten die gericht zijn op omzetting in een contract voor ten minste één jaar), het kenteken op naam staat van de lessee of de berijder, de BPM wordt berekend volgens de afschrijvingstabel en de BPM afzonderlijk wordt gefactureerd.
Ook de MRB kan zonder BTW worden gefactureerd, mits deze afzonderlijk op de facturen wordt vermeld. Uiteraard is dit uitsluitend van belang voor niet-ondernemers of ondernemers met een BTW-vrijstelling omdat zij zelf de aan hen in rekening gebrachte BTW niet kunnen aftrekken.
Indien bij lease de lessee geld leent aan de leasemaatschappij kan de BTW-druk verder worden verlaagd. Er hoeft dan in de leasetermijn geen rekening te worden gehouden met de BTW over de rentecomponent.
BPM wordt geheven op personenauto's en vanaf 1 juli 2005 ook op bestelauto's. Volgens de definitie in de wet is een personenauto een motorrijtuig op drie of meer wielen, met uitzondering van autobussen, bestelauto's en vrachtauto's (dat wil zeggen motorrijtuigen die niet zijn ingericht voor personenvervoer, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg.).
Een bestelauto dient voor de BPM aan bepaalde inrichtingseisen te voldoen. Er moet bij alle bestelauto's een vaste, vlakke laadvloer aanwezig zijn over de hele lengte en breedte van de laadruimte. In die laadruimte mogen geen zitplaatsen aanwezig zijn. Vervolgens worden er per soort bestelauto nog specifieke voorwaarden gesteld; zie hiervoor het schema.
Nihiltarief
In een aantal gevallen hoeft u geen bpm te betalen omdat in uw situatie het nihiltarief van toepassing is.
U betaalt geen bpm voor personenauto's, bestelauto's, kampeerauto's of motoren met een CO²-uitstoot van 0 gram per kilometer.
U betaalt geen bpm voor personenauto's die op of na 1 januari 2009 voor het eerst in gebruik zijn genomen en uitgerust zijn met:
Voor motorrijtuigen van 25 jaar en ouder hoeft u ook geen bpm te betalen.
Vrijstelling van bpm
In een aantal situaties kan de Belastingdienst u vrijstelling van bpm verlenen. U hoeft dan (uiteindelijk) geen bpm te betalen. De belangrijkste vrijstellingen zijn:

De teruggave op grond van de taxiregeling wordt verleend aan degene op wiens naam het kenteken is geregistreerd. Bij leasing zal dat meestal niet de taxi-ondernemer zijn. Als in zo'n geval aan de overige voorwaarden wordt voldaan, kan de taxi-ondernemer desondanks de BPM terugvragen. Bij het verzoek om teruggave dient hij dan een kopie van het leasecontract te voegen. De leasemaatschappij moet uiteraard ook instemmen met teruggave van de BPM aan het taxibedrijf. Een verklaring daarover dient bij het verzoek gevoegd te worden.